Weinig kilometers per jaar: waar het geld naartoe gaat

Wie weinig rijdt, kiest zijn auto vaak op de verkeerde cijfers. Het verbruik staat groot in elke folder, de catalogusprijs staat in elke advertentie, en allebei zeggen ze bij vijfduizend kilometer per jaar bijna niets.
Een auto die stilstaat kost ook geld. Dat is het hele verhaal van een wagen met weinig kilometers, en het verandert de rangorde volledig.
Waarom verbruik er nauwelijks toe doet
Het verschil tussen een zuinige en een dorstige compacte benzinewagen is echt, maar het werkt pas op afstand. Wie vijftienduizend kilometer per jaar rijdt, merkt dat verschil in zijn portefeuille. Wie er vijfduizend rijdt, merkt er een derde van.
Hetzelfde geldt voor het soort motor. De afweging tussen benzine en diesel ging altijd over het punt waarop een lager verbruik de hogere aanschaf goedmaakt. Bij weinig kilometers wordt dat punt nooit bereikt, en daarmee is die vraag voor deze bestuurders beantwoord voor ze gesteld is.
Wat er dan wel telt
Drie kosten lopen door of je nu rijdt of niet: de waarde die je wagen elk jaar verliest, de verzekering, en het onderhoud dat op tijd gebeurt in plaats van op kilometerstand.
Bij vijfduizend kilometer per jaar is de eerste daarvan bijna altijd de grootste. Een auto verliest het meest in zijn eerste jaren, en dat verlies hangt veel sterker samen met leeftijd en model dan met de teller. Twee identieke wagens, de ene met tienduizend kilometer en de andere met veertigduizend, verschillen in waarde — maar lang niet zoveel als twee wagens die vijf jaar in leeftijd schelen.
De gevolgen voor wat je koopt
Als waardeverlies de grootste post is, verandert het advies.
Tweedehands wordt sterker. Een wagen van drie tot vijf jaar oud heeft zijn steilste waardeverlies achter de rug. Wie weinig rijdt, kan die jaren overslaan zonder er een hoog verbruik of veel onderhoud voor in de plaats te krijgen, want die kosten volgen de kilometers die hij toch niet maakt.
Een model dat zijn waarde houdt, weegt zwaarder dan een model dat zuinig is. Dat zijn meestal wagens met een grote tweedehandsmarkt: veel exemplaren, eenvoudige techniek, bekende onderdelen.
Opties die bij verkoop niets opbrengen, kosten dubbel. Je betaalt ze volledig en je krijgt er weinig van terug. Bij weinig kilometers is de periode waarover je die kost uitsmeert bovendien dezelfde, maar het aantal ritten waarin je er plezier van hebt kleiner.
Onderhoud volgt de kalender, niet de teller
Een veelgemaakte rekenfout: weinig rijden betekent niet weinig onderhoud. Olie veroudert, rubber verhardt, remvloeistof trekt vocht aan, en een accu die zelden lang genoeg draait om bij te laden, gaat sneller stuk.
De meeste constructeurs schrijven hun onderhoud dan ook voor op kilometers of op tijd, wat zich het eerst voordoet. Voor wie weinig rijdt, is dat vrijwel altijd de tijd. Reken dus met een jaarlijkse beurt, niet met een beurt om de twee jaar omdat de teller het nog niet vraagt.
Korte ritten zijn bovendien de zwaarste ritten die er zijn. Een motor die nooit warm wordt, slijt sneller dan een die lange afstanden doet. Wie uitsluitend naar de winkel en het station rijdt, houdt daar het best rekening mee en maakt af en toe bewust een langere rit.
De verzekering is hier geen detail
Bij weinig kilometers wordt de verzekering een van de grootste jaarlijkse posten — soms groter dan de brandstof. Dat maakt het de moeite om er even bij stil te staan in plaats van de polis automatisch te verlengen.
Twee dingen zijn het nakijken waard. Het eerste is de formule zelf: een omnium op een oudere wagen met een lage restwaarde kost geld voor een dekking die bij totaal verlies weinig uitkeert. Het tweede is of er een tarief bestaat dat rekening houdt met het aantal kilometers dat je werkelijk rijdt, want dat is precies het geval waarin een standaardpremie het zwaarst op je weegt.
Wie dat wil uitzoeken, legt de voorwaarden het best naast elkaar in plaats van alleen het jaarbedrag te vergelijken; een directe verzekeraar als Belfius Direct Verzekeringen publiceert die voorwaarden online, zodat je ze rustig kunt doornemen voor je iets beslist.
Het rekensommetje dat je zelf kunt maken
Zet voor de wagen die je overweegt vier bedragen onder elkaar, allemaal per jaar: het geschatte waardeverlies, de verzekering, het onderhoud, en de brandstof voor jouw werkelijke kilometers.
Bij vijfduizend kilometer staat de laatste post bijna altijd onderaan, en toch is dat het getal waarop de meeste mensen kiezen. Zodra je ze naast elkaar ziet, wordt duidelijk welke wagen voor jou goedkoop is — en dat is zelden dezelfde als de wagen die in de test het zuinigst was.
En de vraag die eraan voorafgaat
Bij vijfduizend kilometer per jaar loont nog een berekening de moeite: of een eigen wagen wel de goedkoopste oplossing is. Een abonnement op deelwagens, de trein plus af en toe een huurauto, of een tweede gezinswagen die wegvalt, komen bij lage kilometeraantallen dichterbij dan de meeste mensen verwachten.
Dat is geen pleidooi om je auto weg te doen. Het is een reden om die vier bedragen een keer eerlijk op te schrijven. Wie dat doet, kiest daarna met kennis van zaken — en vaak anders dan hij van plan was.


